Private credit – een beleggingscategorie bestaande uit directe, niet-beursgenoteerde leningen aan middelgrote bedrijven, zonder tussenkomst van een bank – is de laatste maanden veel in het nieuws, en dan vooral in negatieve zin. Afschrijvingen, herwaarderingen en outflows worden breed uitgemeten in de media en zorgen voor veel onrust. In deze update willen we onze visie op de laatste ontwikkelingen delen, ter ondersteuning van onze recent opgenomen podcast over private credit (luister op Spotify of Apple).
De aanzet voor de huidige onrust waren de fraudezaken rond Tricolor en First Brands eind 2025, maar de onrust is recent toegenomen, doordat meerdere grote fondsmanagers hun outflows zijn gaan managen door een gate op te trekken – een maatregel die outflows doorgaans beperkt tot 5% van het fondsvermogen. Tot dusver komen die outflows met name vanuit retailbeleggers die overgaan tot verkoop van hun posities, omdat ze bezorgd zijn over de kwaliteit van de verstrekte leningen. Dit wordt mede versterkt door de afstraffing van de softwaresector als gevolg van de opkomst van AI. Deze sector is met ongeveer 25% van alle verstrekte leningen groot vertegenwoordigd.

Naast de correctie in de softwaresector, worstelt private credit ook met de brede zorg dat door de explosieve groei van het aantal verstrekte leningen de kwaliteit van de kredietverstrekking is afgenomen. De uitbundige groei in het beheerd vermogen van private credit fondsen stuwde de kredietverlening, terwijl waarborgen werden afgezwakt. Dat betekent dat naar de toekomst toe het aantal slechte leningen waarschijnlijk gaat stijgen. Momenteel liggen die nog onder de 2%, maar een verdubbeling richting de 4% of hoger is mogelijk.
Voor ons als beleggers in private credit betekent dit overigens niet dat we negatief zijn over de vooruitzichten. Wij vinden de renteopslag ruim voldoende ten opzichte van het risico op meer slechte leningen. Door te diversifiëren over regio’s, sectoren en fondsmanagers – en te kiezen voor het minder risicovolle, senior secured segment – verwachten we minder wanbetalingen dan de brede markt.
Daarnaast vertrouwen we op de kwaliteit van onze fondsmanagers, wier historische verliespercentages ver onder het marktgemiddelde liggen. Tot nu toe melden zij geen stijging in wanbetalingen, geen grote outflows (de meesten hebben juist netto inflows) en dus ook geen gates. Voor stabiliteit letten we er bovendien op dat hun onderliggende beleggers vooral institutioneel zijn.
De kern van de onrust is volgens ons een verlies aan vertrouwen bij met name de retailbelegger in samenhang met een gebrek aan liquiditeit in de beleggingscategorie. Bij private markets is en blijft vertrouwen een lastig iets. Het is moeilijk om als belegger goed te controleren of de waarderingen van de fondsmanager op de onderliggende beleggingen houtsnijden. En als daar om wat voor reden dan ook twijfel over ontstaat, loop je als fondsmanager het risico dat beleggers hun geld terug gaan vragen. Als dat in groten getale gebeurt, wordt het gebrek aan liquiditeit in de onderliggende beleggingen een beperkende factor. Dan trekt de manager een gate omhoog om de bestaande beleggers te beschermen en neemt het vertrouwen nog verder af.
De media wakkert dit vuurtje verder aan met vergelijkingen met de Grote Financiële Crisis, die wij volledig mank vinden gaan. Private credit is qua structuur namelijk veel robuuster dan kredietverstrekking via een bank, die in een paniekfase omgetrokken kan worden. Voor ons draait het momenteel vooral om de vraag of je als belegger een goed toekomstig rendement in private credit tegemoet kan zien en niet of je je inleg terug zal krijgen. Er zullen zeker fondsen zijn die beleggers teleur gaan stellen, maar van systeemrisico is geen sprake.
Wanneer aan de juiste voorwaarden wordt voldaan, zoals uitgebreide diversificatie, goede manager-selectie, lage kosten (betaal nooit over committed capital bij senior secured private credit) en bij voorkeur een open-ended ‘evergreen’ structuur, is private credit nog steeds een uitstekende beleggingscategorie voor de toekomst.
DOOR: WOUTER STURKENBOOM, Chief Investment Officer